Wanneer het leven pijn doet

“Monsters don’t sleep under your bed; they scream inside your head.”

Het leven doet pijn, ontzettend pijn. Ondanks dat ik stappen zet die richting herstel moeten werken, denkt mijn hoofd er anders over. Aangenomen bij de kliniek waar ik zo graag naartoe wilde, heel eventjes sprong mijn hart op, maar een half uur later was dat ook weer verdwenen. Gesprek met de psychiater, ja eind volgende week mag je terug naar de open afdeling, hart sprong op, maar ook dit was na een half uur verdwenen. Wil ik naar de open afdeling? JA! Wil ik om de juiste redenen naar de open afdeling? Dat valt nog te betwisten.

Momenteel slaap ik nog steeds op de timeout, al zijn er reeds wat aanpassingen gedaan. Ze hebben hem extra beveiligd, of met andere woorden, ze hebben er een semi separeer van gemaakt. Scheurdekens ipv van gewone dekens, scheurjurk ipv mijn eigen pyjama. Wel mijn laptop en telefoon bij me mogen houden, maar geen kabels meer.

Elke dag weer opnieuw de strijd aangaan en niet op de goede manier. Suicidepogingen en agressie wisselen elkaar af. Er hoeft maar iets mis te gaan en er vliegen asbakken, kopjes en alles wat ik kan grijpen door de lucht. Waar ik die energie vandaan haal? Geen idee, ik ben gesloopt, slaap amper en heb constant herbelevingen. Niet meer de dissociatieve herbelevingen waarin er van buiten niets te zien is, maar herbelevingen waarin ik alles eruit gooi, gil, trap, schreeuw en huil. Getriggerd worden door de kleinste dingen, zelfs de naam van een nieuwe client liet me al in een herbeleving schieten.

I lost control, zo kun je het wel stellen. Moe, zo verschrikkelijk moe, maar niet kunnen slapen, elk moment van de dag bezig zijn met de dood, geen gewone gedachten, dwanggedachten die regelmatig eindigen in een poging. Verpleging die mij constant in de gaten houd, omdat ze bang zijn dat ik op een onbewaakt moment toch iets doe.

Ik kan niet meer, maar erger nog, ik wil niet meer.

De strijd leek gestreden, die ik toch al verloor, de weg naar geluk op een dood spoor.”

Advertisements

Geen licht meer zien aan het eind van de donkere tunnel

(Ik heb lang nagedacht om dit te schrijven, te posten, lees dit niet als een schreeuw om hulp, ik wil alleen mijn verhaal kwijt, hulp heb ik in principe wel)

‘Deep inside where’s nothing fine, I’ve lost my mind.’

Zwart, zo is het leven momenteel, geen greintje licht aan het eind van de tunnel. Naast het feit dat ik zo suïcidaal ben dat ik elke dag een eind aan mijn leven probeer te maken, begint mijn brein met mij te fucken. Nu mijn vader voor de tweede keer verschenen is, ben ik weer teruggevallen, zo teruggevallen dat mijn brein me gek maakt, dat ik op de gekste plekken mijn vader zie en hoor, dat ik zo paranoia ben dat ik de verpleegkundigen met momenten beschuldig dat ze met hem samenwerken om mij gek te maken. Rationeel gezien weet ik dat het niet zo is, maar mijn brein doet me anders geloven. Ik sluit de verpleging buiten, bouw een gigantische muur om me heen, waar ze niet doorheen komen, hoe hard ze het ook proberen. Ze kunnen aardig tegen me doen, boos, pissig, het komt niet binnen, het boeit me niet. Wilde ik vorige week nog vechten voor de klinische behandeling, heb ik nu zelfs daar de hoop voor opgegeven.

 

Mijn lichaam is op, mijn brein is op, ik ga niet kopje onder, ik verdrink, verdrink in mijn eigen zwarte en zware gedachten. Ik wil, ik kan niet meer vechten, de vechtlust is weg. Ik kan niet meer opboksen tegen mijn angsten, niet meer tegen mijn vader. Het enige waar mijn hoofd mee bezig is, is dat mijn hart moet stoppen, dat is het enige wat momenteel levend is, voor de rest voel ik me al dood.

 

Ik zit in een impasse, zoals ze dat zo mooi kunnen verwoorden, de hulpverleners. Ik doe mijn best niet meer om er het beste van te maken, weiger mijn medicijnen, omdat er in mijn hoofd zit dat die er zijn voor mensen die beter willen worden. Ik wil niet meer beter worden, ik wil rust, geen rust dat door een nachtje goed slapen opgelost wordt, nee rust voor altijd. Iets wat zelfs door de hulpverleners niet gesnapt wordt, die denken dat dit weer even een fase is waar ik doorheen moet, maar dit keer is het anders, ik heb altijd een sprankje hoop gehad voorheen, een licht aan het eind van de tunnel. Nu blijft het donker en het ziet er niet naar uit dat ik het licht snel zal zien.

 

De hulpverleners zitten met hun handen in het haar, ze vinden de opname niet bijdragend, maar kunnen me ook niet naar huis sturen door mijn suïcide pogingen.

 

Het is zwart en daar mee is alles gezegd.

 

De gesloten afdeling

‘Soms moet je jezelf verliezen, om jezelf weer terug te vinden.’

 

Besloot ik eerder om pas na mijn opname een stuk te schrijven over hoe ik het ervoer, wil ik nu proberen om wekelijks een update te plaatsen over hoe het reilen en zeilen op de afdeling.

 

Vorige week woensdagavond werd ik met een IBS van de open afdeling naar de gesloten afdeling overgeplaatst, waar ik zo’n gevaar voor mezelf was dat ze besloten dat ik sowieso de eerste nacht in de separeer geplaatst werd en de volgende dag verder gekeken zou worden. Waar ik eerder altijd tegenwerkte als ik afgezonderd werd, liet ik het nu allemaal maar zoals het ging, ik had gewoonweg de kracht, de vechtlust niet om tegen te werken.

Donderdag werd er besloten dat ik de afdeling op mocht, mits ik mij aan de afspraken kon houden, de afspraak dat ik geen suïcidepoging zou doen en naar de verpleging zou stappen als mijn suïcidale gedachten de overhand namen. Die donderdag ging het best aardig, verpleging lette veel op me, had altijd even een aanspreekpuntje en ‘s avonds kon ik gewoon op mijn eigen kamer slapen. Vrijdag had ik het een stuk lastiger, was veel in dissociatie, schoot ik veel in herbelevingen en sloot ik me volledig op in mijn kamer, als de verpleging kwam om even te checken, stuurde ik ze met een snauw weg. Ik kon niets en niemand verdragen. Toen ik eindelijk aan het einde van de avond de moed had verzameld om naar de verpleging te gaan, werd ik voor mijn gevoel afgewimpeld met de woorden, beschouw vandaag maar als een rotdag, morgen is er weer een nieuwe dag. Hierdoor voelde ik mij nog eenzamer, sloot mezelf weer op en besloot dat ik dan maar gewoon beter een eind aan mijn leven kon maken, niemand zou me missen, ik was toch maar een pain in the ass en mijn plek zou beter aan een ander besteed kunnen worden. Lang leve mijn negatieve gedachten. De avonddienst vertrok en de nachtdienst had de dienst overgenomen, voor mij het perfecte moment, niemand zou zomaar mijn kamer opkomen. Helaas liepen de dingen iets anders, om maar even niet op de details in te gaan en eindigde ik weer in de separeer.

Zaterdag voelde ik mezelf geen stuk beter, maar om uit de separeer te komen, had ik toch afspraken gemaakt. Al wist ik in mijn achterhoofd dat ik mij er niet aan ging houden. Ook zaterdag werd weer een drama dag, de de voor mij vervelende opmerking de vorige dag zag ik het al helemaal niet meer zitten om naar de verpleging te gaan als ik me niet goed voelde. De verpleging bleef me deze dag wederom constant opzoeken en constateerde dat op mijn kamer zijn geen goed idee was. Ik werd van mijn kamer gehaald en mijn kamerdeur werd gesloten. Die zou pas weer open mogen als ik oprecht afspraken kon maken, waar ik me aan kon houden.

De sfeer op de afdeling zelf was zaterdagavond grimmig, er was veel gedoe en veel onrust, waardoor ik zelf ook heel onrustig en angstig werd. De verpleging besloot dat ik beter naar de IC kant kon om daar mijn rust te pakken. Dat werkte, ik was weg van de spanningen op de ‘gewone’ kant. Toch lukte het me niet om afspraken te maken om op mijn kamer te slapen. Ik kreeg de timeout kamer aan de IC kant, een gewoon bed met gewone dekens, maar geen mogelijkheden om mezelf wat aan te doen en ik kon niet zelf de kamer uit. Die nacht heb ik geslapen als een roosje. Geen prikkels om me heen, geen gevecht in mijn hoofd.

Zondag was ik zo uitgerust dat ik in staat was om afspraken te maken, ook al was op mijn kamer slapen nog een groot probleem. Het lukte me om in contact te komen met de verpleging, om een spelletje met ze te spelen, even een stukje wandelen door het ziekenhuis, rustmomenten pakken in de timeout als dat nodig was en ‘s avonds zou ik ook in de timeout ruimte slapen.

Vandaag gesprek met de arts, psychiater en psycholoog gehad. Het gaat een zware tijd worden, door mijn angsten durf ik niet naar buiten, durf ik niet eens alleen buiten in de tuin te zitten. We gaan een stappenplan maken, in kleine stapjes proberen om langzaamaan weer buiten het ziekenhuis te komen. Mijn medicatie is aangepast, tijdelijk, om even weer de rust terug te krijgen. Voorlopig even in de timeout slapen en stukje bij beetje naar mijn eigen kamer toewerken. Via de PMT weer grip krijgen op mijn emoties, weer de juiste emoties terugvinden. Woensdag mijn IBS zitting, die waarschijnlijk verlengd wordt, voor mijn eigen veiligheid. Het gaat weer even een heftige tijd worden, waarin ik waarschijnlijk weer heel veel met mezelf geconfronteerd ga worden, maar het is voor een goed doel, namelijk scelta, de kliniek gespecialiseerd in persoonlijkheidsproblematiek waar ik aangenomen ben voor een klinische 9-12 maanden intensieve behandeling, dat doel ga ik proberen voor ogen te houden, hoe zwaar het ook gaat worden.

 

Liefs Marcella

De man die zich mijn vader mag noemen

‘Wanneer de enige man waarbij je je in het leven veilig zou moeten voelen, je het meest pijn doet.’

 

Hier zit ik dan, midden in de nacht, onrustig in mijn hoofd en niet kunnen slapen, denkend aan afgelopen week, hoe het vorige week even misging en ik even opgenomen werd om bij te komen, zodat ik er daarna weer tegen aan zou kunnen komen en vandaag met ontslag zou gaan. Maar hier zit ik dan, midden in de nacht, op de gesloten afdeling.

We gaan even een paar dagen terug, naar dinsdag. Dinsdag was best een mooie dag, lekker weertje, ook al was ik redelijk duf die dag, voelde ik me goed, keek uit om weer naar huis te gaan. Het werd avond en laat, laatste sigaretje roken voordat het balkon dicht gaat en je naar je kamer gestuurd wordt. Ik zie een beweging rechts in mijn ooghoek, ik kijk en zie een man staan, ik knijp mijn ogen samen om even goed te kijken of het echt de persoon is wie ik denk dat het is. De paniek borrelt op, het is inderdaad de persoon die ik dacht te zien, verstijfd blijf ik naar hem staren en hij staart terug, tot het moment dat ik me weer durf te verroeren, ik ga naar binnen, zo snel als ik kan, de verpleging ziet dat er wat aan de hand is en start een gesprek, ik leg het uit, voel me niet meer veilig op de plek, verpleging legt uit dat hij niet in staat is de afdeling op te komen, het hele ziekenhuis is afgesloten. Nog steeds ben ik niet gerustgesteld, maar met wat extra medicatie en een paar koppen thee lukt het me toch in slaap te komen.

Woensdag word ik wakker en het eerste waar ik aan denk is de vorige avond, waarin de paniek weer toeneemt, want overdag is alles open en kan hij op allerlei manieren binnenkomen. Verpleging geeft aan dat ze niet veel kunnen betekenen, alleen dat ze hem kunnen weigeren de afdeling op te komen. Mijn paniek groeit, ik moet hier weg en pak mijn spullen, waarheen? Geen idee, ik vind wel een plek. Verpleging haalt me over om op het gesprek met de arts te wachten. Het gesprek met de arts verloopt stroef, ze willen afspraken maken zodat ik op de afdeling blijf, ik wil weg, geef dat duidelijk aan en ga het gesprek uit. Ik pak mijn spullen in, lever de kamersleutel in en wil naar buiten lopen, blijkt de deur op slot te zitten, ze konden mij in deze toestand en in deze angst niet naar buiten laten. Ik raak nog meer in paniek, waar ik niks mee kan, mijn optie is van mij afgenomen. Mijn gedachten beginnen irrationeel te worden, ik moet dood, ik kan het niet meer aan om jarenlang te moeten lijden door mijn vader, in angst te moeten leven voor hem. De dienstdoende arts wordt ingelicht, weer een gesprek en weer wordt de deur niet voor mij opengemaakt, sterker nog, ik krijg een inbewaringstelling, ik mag sowieso de afdeling niet meer verlaten. De paniek groeit en groeit, ik besluit dan maar een eind aan mijn leven te maken op de afdeling. Ik ga naar mijn kamer en schrijf de brieven naar mensen die ik wat te zeggen had, mijn plan uitvoeren werkt niet, de verpleging kwam onverwacht mijn kamer op en toen ze eenmaal doorhadden wat ik van plan was, lieten ze me niet meer alleen op mijn kamer en werd er uiteindelijk besloten dat ik direct naar de gesloten afdeling ga, in plaats van de volgende dag. Omdat ze me niet vertrouwen, word ik in de separeer geplaatst en word ik volgepompt met medicijnen zodat ik kalmeer en kan slapen. Vanmiddag om half vier uit de separeer gemogen, maar ik moest wel op de gesloten afdeling blijven, wat ik dit keer niet eens erg vind, Hij heeft me weer in zijn macht, een simpele wandeling door het ziekenhuis levert me al een paniekaanval en herbelevingen op, bang dat ik hem ergens tegen zou . Vervolgens mijn spullen ophalen van de open afdeling, waaronder de brief die ik naar mijn vader geschreven heb. Die ga ik hier plaatsen, zonder naam en foto’s dit keer, zodat ik niet weer aangeklaagd kan worden voor smaad en laster.

‘Deze brief is voor jou papa, al zou ik je liever de zaaddonor of de verwekker noemen, want meer dan dat ben je niet meer voor mij. Al vanaf het moment dat ik geboren werd veroorzaakte je problemen, je was nergens goed in, behalve mijn leven verpesten, mama en mij mishandelen en zuipen. Nu 22 jaar later en nog steeds heb je mij in je macht, weet je mijn angst te triggeren. Weet je hoe godverdomme blij je met mij zou moeten zijn? Ik was je enige dochter die na elke teleurstelling, vernedering en gekwetstheid je weer nieuwe kansen gaf. Gaf ja,  want mijn  begrip en verdraagzaamheid is op. Ik werd ouder en zag wat je constant aanrichtte, lieve vrouwen die je kapot gemaakt hebt, die je hebt achtergelaten met duizenden euro’s schuld, waarvan je hun zelfrespect hebt vernietigd. 

Maar toen gebeurde er iets wat jij nooit zag aankomen. Je slachtoffers vonden elkaar en vormden een front tegen jou, de man die alleen maar kan vernietigen. Je bent bang, ik kan het merken,  je doet dingen uit wanhoop, zoals de aangifte tegen mij, daarmee probeerde je de controle weer terug te krijgen, maar daarmee tekenende je je eigen doodvonnis, want al jouw slachtoffers kwamen in opstand en ineens loopt er een strafzaak tegen jou, met genoeg verklaringen om je voor langere tijd achter de tralies te doen verdwijnen. Nog meer paniek natuurlijk, zou jij, de almachtigste, de God, zoals je jezelf noemde en voelde na 25 jaar oplichterij, huiselijk geweld, mensenhandel en gedwongen prostitutie er toch niet mee wegkomen? Je begint je dingen af te vragen, heb ik ergens een steekje laten vallen? Zijn mensen erachter gekomen dat alles wat ik verteld heb gelogen is. Je wordt nog wanhopiger en weet niet meer wat je moet doen. Je maakt een keuze, je dochter, ja diegene die altijd weer de deur voor je openmaakte, die getraumatiseerd is door alles wat jij haar aangedaan hebt, laten we die eens opzoeken, maar ik was niet thuis. Hoelang heb je daar gestaan totdat je me zag arriveren en weer vertrekken? Wanneer besloot je om me achterna te rijden? Wanneer besloot je om ‘s avonds op een plek te gaan staan waar ik je geheid zou zien en ik bang zou worden? 

 

Ik zal waarschijnlijk nooit antwoorden krijgen op deze vragen. Ik weet alleen dat er een zaak tegen hem komt, wat er nu ook gebeurd, hoe zielig of agressief die ook gaat doen,  voor al zijn slachtoffers komt er gerechtigdheid. En voor mij? Voor mij is het belangrijk om in kleine stapjes met die angst om te gaan, wandelen met de verpleging, steeds een stukje verder, stappen ondernemen mbt tot een contactverbod of iets dergelijks. En bijkomen, aansterken.

 

 

 

 

 

 

 

 

Overmand door angst.

‘Het meest destructieve wapen in het brein van de mensen is angst.’

 

Angst, een emotie die voor mij niet meetelde, want als ik iets niet was, dan was het wel angstig. Toch werd ik vorig jaar na aanleiding van een gebeurtenis overmand door angst.

Het was eind mei toen een vriendin mij vertelde dat ze weg moest uit het huis waar ze zat en dat ze op straat kwam te staan. Ik, meelevend en bezorgd als ik was nodigde haar uit om bij mij in te trekken en een week later was het zover. Na wekenlang zaken regelen, een kamer voor haar in te richten en inschrijven bij de gemeente waren we officieel huisgenoten.  De eerste weken waren geweldig, ik had iemand om me heen, altijd een luisterend oor, we hadden lol, het kon niet beter, maar al snel veranderde dingen. Het begon met kleine dingetjes, de kleine irritaties als ik bijvoorbeeld iets niet had opgeruimd, of dat er voor de zoveelste keer iemand om 02.00 uur ‘s nachts aanbelde om op bezoek te komen bij haar.  Over die dingen communiceren was ook niet ons sterkste punt, we slikte het weg en hadden het er niet over. In de tussentijd raakte ze bevriend met mijn buurjongen, die nogal op zichzelf was, maar waar ik het zelf ook prima mee kon vinden en ik moedigde die vriendschap dan ook helemaal aan, niet wetende dat het hierdoor volledig misging.

Ongeveer anderhalve maand later merkte ik veranderingen, de buurjongen mijn huisgenootje leuk en om dat te laten zien werd ik volledig naar beneden gehaald om een wit voetje bij haar te halen. Nadat ik dit meermaals geslikt had kon ik er niet meer tegen en sprak hem daarop aan, waarna een heftige escalatie volgde. Hierop heb ik besloten dat mijn deur niet meer open stond voor hem en dat hij niet meer welkom was in mijn huis. Dit ook zo gecommuniceerd met mijn huisgenootje, waarin ik ook aangegeven heb mij niet te bemoeien met hun vrienschap, maar dat dat in mijn huis niet meer gebeurde. Hier kreeg ik alle begrip voor.

Totdat ik een maand later ‘s avonds thuis kwam na een dagje weg te zijn geweest. Meneer zat in mijn huis en op dat moment werd ik zo boos dat ik linea recta weer naar buiten ben gelopen, om niet in mijn boosheid dingen te doen of te zeggen die ik niet wilde. Toen ik een uur later weer binnenkwam met ondertussen mijn moeder aan de telefoon, was meneer weliswaar weg, maar begon mijn huisgenootje ruzie met me te zoeken die ook volledig escaleerde. Die nacht was vol bedreigingen en intimidaties, niet alleen van haar, maar van haar hele familie. Uiteindelijk heb ik mijn kamerdeur moeten barricaderen zodat ik zeker wist dat ze niet mijn kamer op kon komen.

Omdat ik geen officieel huurcontract met haar had, zijn mijn ouders de volgende dag op bezoek gekomen om met mij uit te zoeken wat ik juridisch kon doen om haar uit mijn huis te krijgen en nadat we wat dingen hadden besproken, ging mijn moeder even bezig in de keuken, waar op dat moment ook mijn huisgenootje bezig was. Toen mijn moeder iets vroeg aan haar over een plantje of iets dergelijks, ze geen antwoord kreeg en daarop besloot het plantje weg te gooien viel ze mijn moeder aan. Was ik die nacht boos en vooral bang, die middag werd ik laaiend en vloog haar aan, want niemand komt aan mijn moeder. Natuurlijk escaleerde dit ook weer volledig en is ze om elf uur ‘s avonds vertrokken en trok ze bij mijn buurjongen in. Ik kon opgelucht ademen, ik was eindelijk van haar af.

Maar lang duurde die opluchting niet, want het ging door, van tegen mijn deur trappen, tot aan dingen tegen mijn raam gooien, tot overlast veroorzaken tot ze uiteindelijk mijn sleutels uit mijn deur jatte. Na twee maanden was ik gesloopt, bij elk geluidje schrok ik op, ik sliep amper tot niet en ik durfde amper mijn deur nog uit, want stel je voor dat ik haar tegenkwam op de gang, ik leefde in een bubbel van angst. Ik werd opgenomen en na 3 maanden opname was ik klaar met mijn angst en zette mijn angst zich om in boosheid, wie was zij om mij zo in angst te laten leven. Ik ging naar huis, waar de treiterijen natuurlijk gewoon doorgingen, waarin ze me zelfs achtervolgde om me uit te schelden etc. Ik schakelde de wijkagent in, die mij doorverwezen naar buurtbemiddeling, maar in de tussentijd ging het weer zo snel bergafwaarts dat ik weer opgenomen werd. Gesprek met de buurtbemiddeling ging goed, ze zouden langs gaan bij de buren, de dag nadat ze bij hun geweest waren, lag er ineens een melding bij de politie waarin stond dat ik mijn kat zou verwaarlozen, iets wat natuurlijk met een sisser afliep, want ik had genoeg mensen om me heen die het tegendeel konden bewijzen. Buurtbemiddeling is overigens niet doorgezet, omdat de buren geen contact opnamen en ik na 3 weken eindelijk eens goed nieuws kreeg, het appartement van hun stond te huur, ze zouden vertrekken.

Nu zijn ze vier weken weg, heb ik ondanks de dreiging die ik nog af en toe voel, mijn angst onder controle en kan ik echt weer genieten van de plek waar ik altijd met plezier woonde.

 

 

 

Lieve Dion

Januari is net begonnen en ondertussen zijn we bijna drie maanden verder dat we het nieuws kregen dat je had besloten om jouw leven te beeindigen. Op dat moment ging er een tijdperk in vol verdriet voor familie en vrienden.
Ze zeggen dat er vijf fasen van rouw zijn, Ontkenning, boosheid, onderhandelen/vechten, depressie en uiteindelijk acceptatie.
Ik zit nog steeds in de eerste fase, ik weet het niet of het een kwestie is van niet kunnen of van niet willen verdergaan. Elk moment denk ik dat je mij een appje kan sturen met de vraag om te chillen, elk moment dat ik in dukenburg loop, denk ik je tegen te komen en elke keer komt de klap weer hard aan als ik besef dat dat niet meer gebeurd, nu niet en nooit niet.
Ik schrijf deze brief niet zonder reden, deze brief schrijf ik omdat ik morgen naar je graf ga, voor de eerste keer en ik vind dat heel lastig, het betekent dat ik je nu echt ga loslaten, iets wat ik eigenlijk helemaal niet wil, maar wat nu wel echt moet gaan gebeuren.
Het spijt me dat ik niet op jouw crematie was maatje, maar ik kon en wilde mijn verdriet om jou niet delen met anderen, ik wilde afscheid van je nemen op het moment dat ik er klaar voor was, maar nu besef ik dat je er waarschijnlijk nooit echt klaar voor bent, want hoe kan je daar klaar voor zijn, iemand loslaten van je wie je gehouden hebt, om wie je gegeven hebt, met wie je geweldige dingen hebt meegemaakt.
Maar nu ga ik je loslaten Dion, ik ga verder met mijn leven, ik zal altijd aan je blijven denken, maar ik moet stoppen met het krampachtig proberen vast te houden aan ons.
Rust in vrede

08-09-1996/08-10-2015

________

Sommige mensen zullen zich nu misschien afvragen, waarom ik dit op mijn blog zet, daar zijn twee redenen voor. Allereerst hoort helaas ook dit gedeelte bij mijn leven en ten tweede, Dion verdient het plaatsje in mijn blog!

X

Vallen en toch weer opstaan

Schrijven is niet mijn sterkste punt als het niet goed met me gaat, dat heb ik de afgelopen maanden keer op keer bewezen, elke keer wilde ik wat schrijven, maar voelde ik me te slecht.

Het ging heel slecht met me, zo slecht dat ik eind juni opgenomen werd op een gesloten afdeling van het ziekenhuis, wachtend op een plek op een afdeling van de GGZ.  Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet de makkelijkste ben in opnames, ik kan nog steeds niet goed met mijn emoties overweg en dat uit zich naar anderen toe dat ik heel obstinaat, opstandig, boos en eigenlijk onuitstaanbaar word, vooral als mensen zich de hele dag met mij bemoeien. Vooral in de avond was het lastig, wilde ik weg van de afdeling en dat zorgde voor heel veel strijd, na anderhalve week vol strijden, besloten ze mijn vrijwillige opname om te zetten in een gedwongen opname. Dat zorgde eigenlijk voor nog meer strijd. Op het moment dat ik vrijheden kreeg, wist ik niet hoe snel ik hem er tussenuit moest knijpen. De eerste keer kreeg een vriendin mij overgehaald om terug te komen en heeft ze mij opgehaald.

Na drie weken op de afdeling van het ziekenhuis gezeten te hebben, kwam er een plaats vrij op de afdeling van de GGZ. Een afdeling waar ik allemaal spookverhalen over gehoord had en ik ging er al heel bevooroordeeld heen, om er dezelfde avond vandoor te gaan. En zo ging het drie weken lang door, weglopen, strijd aangaan, met spullen gooien, ruzie maken, automutileren,  gesepareerd en gesedeerd worden. Na die drie weken had ik mijn behandelplan en die ging ondanks alles, best goed. Mijn gedwongen maatregel zou er die week afgaan, ik ging mijn eigen verantwoordelijkheid weer nemen, zou beginnen met anti depressiva en meer vrijheden krijgen, het enige wat ik moest laten zien is dat ik er weer voor wilde gaan en het gedrag dat ik liet zien, omzette in gedrag dat gepast was, op tijd aangeven als het niet ging, mijn signaleringsplan bijwerken en toepassen en luisteren naar adviezen van de verpleging. En zo werd het van strijden ineens samenwerken. Dat wil niet zeggen dat het elke dag goed ging, ik dissocieerde nog regelmatig, raakte overprikkeld en verward, automutileerde nog, maar ik luisterde wel naar de adviezen, liet me ondersteunen. Ik ging naar de rustige kant van de afdeling, ik nam mijn rustmomenten, liet me ondersteunen met medicatie als dat nodig was. En zo ging het langzaamaan steeds een stukje beter.

Nu ben ik iets langer dan een week weer thuis en moet ik wel mijn best doen om het goed te houden, de eerste week thuis was druk, had veel afspraken, moest naar school en sloeg ik eigenlijk al meteen over de kop, had geen tijd om rustmomenten te nemen en dat resulteerde dat ik in het weekend heel veel geslapen heb.  Besloten om het deze week wat rustiger aan te doen,  anders zit ik vrij snel weer in het dieptepunt waar ik voor mijn opname zat.

Liefs Marcella

Na een lange stilte…

Zo, daar ben ik weer na een hele lange stilte. Het ging niet zo goed met me en daardoor had ik niet de puf om te schrijven.

Er zijn in de afgelopen maanden heel wat dingen veranderd en gebeurd, in december stortte ik een beetje in en in januari heb ik in overleg met mijn behandelaar een opname gehad van drie weken, dit om weer even wat rust te creëren voor mezelf en met een frisse blik de dingen weer aan te kunnen pakken.

Zo leerde ik rustmomenten voor mezelf pakken, als de spanning me te hoog word, om dan gewoon even op de bank te gaan zitten en tv te kijken of muziek te luisteren, zonder afgeleid te worden van andere dingen. Ook zorgde ik ervoor dat mijn dag en nacht ritme weer goed ging, ik leefde ‘s nachts en sliep overdag en dat was natuurlijk niet helemaal de bedoeling. Over dingen praten die mij bezighielden was ook een goed leerdoel voor mij, ik ben iemand die heel lang haar mond dichthoud, totdat het er in een keer uitkomt, niet zo handig.

Na drie weken kwam ik als herboren thuis, niet dat ik echt herboren was natuurlijk, maar zo voelde het wel. Dan begint het pas echt natuurlijk, want hoe lukt het om dingen die je in de opname geleerd heb, vast te blijven houden, te blijven doen. De eerste week was het makkelijkst, je komt net vers van de pers en je hebt het allemaal nog wel in je hoofd zitten, in de tweede week word het toch wel wat moeilijker, je valt weer een beetje terug in oude patronen en dat is toch een stuk makkelijker dan de nieuwe patronen te blijven aanleren. Toch is mijn dag en nacht ritme nog steeds goed, ookal wil ik af en toe overdag nog heel graag even gaan slapen, ik heb een manier gevonden dat als ik overdag eerder wil gaan slapen, dit toch weet uit te stellen tot in de avond en dat ik dan iets eerder naar bed mag van mezelf en dit werkt prima.

Ook zijn er wat dingen gebeurd, zo heb ik morgen bijv. een gesprek op de VAVO, om alsnog mijn Engels diploma te halen, zodat ik straks een volledig diploma heb en niet meer onder mijn niveau hoef te leren. Ik ben eindelijk gestart met de EMDR, dat is traumaverwerking en dat is zwaar, maar ik ben er wel klaar voor.

Ik wil weer proberen om elke week te schrijven, ik houd het bij proberen, want de vorige keer lukte dat ook niet zo goed. Ik ga vast wat onderwerpen bedenken om over te praten.

See ya later guys en blijf lekker lezen alsjeblieft.

X

Daar gaan we dan… Het eerste officiële stuk.

Na de introductie van mezelf en het doel van deze blog, is het tijd voor het echte werk.

Heel veel mensen vragen aan mij, wat is borderline eigenlijk. Een vraag waar ik nooit echt een antwoord op heb. Meestal verwijs ik ze gewoon naar google. Google is your best friend. Dan erbij is er nooit echt een concreet antwoord, want elk persoon met Borderline ervaart het weer anders, elk persoon is anders, reageert anders, met borderline is dat natuurlijk net zo. Daarom is alles wat ik ga schrijven vanuit mijn eigen perspectief, waar ik zelf tegen aan loop en hoe ik het ervaar.

Borderline heeft voor mij twee kanten. Ik heb bijvoorbeeld heel veel last van de stemmingswisselingen, het heftige reageren op gebeurtenissen en de dagen dat ik helemaal niets voel. Daarentegen geniet ik volop van de dagen dat ik me goed voel. De spontane ietwat impulsieve acties die mij naar heel veel activiteiten en gebeurtenissen brengen die ik anders misschien wel nooit meegemaakt had.

Zo liep ik anderhalf jaar geleden met mijn vriendin door de stad, gewoon lekker kletsen, lachen, winkels in, winkels uit. We kwamen langs een kapper en ik vraag aan haar of ik mijn haar rood zou laten verven. Nog geen tien minuten later zat ik in de kapperstoel en vier en een half uur later liep ik naar buiten met knalrood haar. Of vroeg ik aan een andere vriendin of ze die avond bij me kwam logeren, gewoon omdat het kon. De spontane acties zijn het leukst. Tuurlijk zijn er in sommige gevallen ook consequenties aan impulsieve acties. Ik denk dat ik net een maand op mezelf woonde, toen ik op een dag besloot een kat te nemen. Diezelfde avond had ik een kat. Alleen had ik mijn begeleid wonen hier niets over verteld, ook aangezien het eigenlijk nog niet helemaal mocht op dat moment. Na een paar weken kwamen ze erachter en toen waren ze niet helemaal blij met me.

Ik zal vanaf volgende week proberen dieper in te gaan op dingen waar ik tegen aan loop. Dit was best een lastig stuk voor me om mee te beginnen. Het is toch best lastig he, om het ijs te breken…

Liefs Marcella

De keuze om deze blog te openen.

Vorige week vroeg mijn begeleidster van begeleid wonen aan mij of ik een stukje wilde schrijven voor hun website, een verhaal uit de praktijk. Dat leek me wel leuk en ik begon na te denken over wat ik wilde schrijven. Ik wilde heel veel dingen op schrijven, maar mijn gedachten over wat ik wilde schrijven, was niet echt bestemd voor hun website, dus bedacht ik dat ik misschien wel gewoon een blog kon gaan starten en dus ben ik hier nu mijn eerste tekst aan het schrijven. Overigens ben ik nog niet begonnen aan de tekst voor mijn begeleid wonen.

Ik zal me eerst eens netjes voorstellen.

Mijn naam is Marcella, ik ben 20 jaartjes jong en woon samen met mijn kat Chibo in de mooiste stad van Nederland, Nijmegen. Een aantal jaar geleden is bij mij de diagnose Borderline gesteld. ( Hee dat verklaart de titel ) Dat was best moeilijk om te horen. Ik was niet gek, ik zat volgens mezelf gewoon in de puberteit, dat denk ik trouwens af en toe nog steeds. Ik was in die tijd best wel redelijk de weg kwijt, zat in jeugdinstellingen en op het moment dat ik 18 werd ging ik de volwassenpsychiatrie in en geloof me, jeugdzorg is een ramp, volwassenpsychiatrie is een nog grotere ramp. Een jaar geleden kreeg ik een andere behandelaar die het roer totaal omgooide. Geen opnames meer voor me, mijn eigen verantwoordelijkheid weer terug nemen en het belangrijkst, het vertrouwen in mezelf terugkrijgen. In het begin had ik het idee dat het totaal niet ging werken, verklaarde mijn behandelaar voor gek. Maar naarmate de tijd verstreek, hoe meer ik in de gaten had dat ze best weleens gelijk kon hebben. Afgelopen februari kreeg ik de sleutels van mijn appartementje en gisteren (ja ja) was ik één jaar opnamevrij. Dat klinkt misschien heel makkelijk, maar vanaf mijn veertiende tot vorig jaar, was ik nooit langer dan 4 maanden buiten een instelling geweest. Ben in een zeer korte tijd van 24-uurs zorg naar 1 uur in de week van GGZ gegaan en 2 a 3 uurtjes in de week begeleid wonen. Maar goed, genoeg voorstelgedoe voor nu.

Ik ben de afgelopen jaren tegen best wel veel vooroordelen over Borderline gelopen en dat is nu één van de redenen waarom ik deze blog gestart ben. Om juist de andere kant te laten zien. Want ik ben niet alleen maar manipulatief, zoals door vele gezegd word. Mijn doel is om iedereen die dit leest een andere kijk op Borderline te geven. De niet leuke kant, maar ook zeker de leuke kanten ervan. 

Dit was het even voor nu. Hopelijk lees je dit en al mijn volgende verhalen met een lach op je gezicht.

Liefs Marcella